En alweer komen we thuis

We zijn weer terug van een midweekje kamperen in Bergeijk. Midden in een bos stond de tent, op een camping met 13 plekken en twee andere tenten. Die dan ook weer heel strategisch hun tentje op hadden gezet waardoor we alsnog dachten dat we helemaal alleen in het bos waren.

Ik heb weer wat nieuwe vriendjes gemaakt deze vakantie. Ongebruikelijke vriendjes dat wel, maar ik kon eigenlijk niet echt zonder ze. Ik heb vlak voor vertrek een boekenlampje aangeschaft, een ieniemienie pennetje dat je op de kaft schuift waar dan weer een ledlampje in zit. Ideaal. Want in het bos heb je niet zoveel licht natuurlijk. En dat alles voor 80 cent bij de action. Ik hou van de action.

Een ander ongebruikelijk vriendje was de plasemmer… Ja… Ik zal niet al te veel uitweiden maar het is gewoon errug prettig dat je ’s avonds, ’s nachts of ’s morgens vroeg niet de tent uit moet om de meters en meters naar de koude wc hoeft te lopen, langs de andere kampeerders die je niet wakker wil maken met je rolletje wc papier onder de arm, worstelend door het donker want natuurlijk kon je je zaklamp in het donker niet vinden in de tent en dacht je dat je de weg nu wel kende, dat je het zonder licht wel kon vinden.

Dan hadden we ook nog de matjes die mensen normaal op de voorruit van de auto leggen. Die isolerende glimmende dingen, om te voorkomen dat je de ruit moet krabben als het vriest. Daar kochten wij er na twee nachten drie van. Een voor ieder van ons. Want het was koud ’s nachts! Onze slaapzakken gaan tot 11 graden. Bij aanschaf dachten we dat dat ruim voldoende was. Maar deze week was het dat niet! We hadden Pinda in een winterslaapzak, onder haar kampeerslaapzak en dan nog met haar ledikantdekbed erover. Wij sliepen onder twee slaapzakken en nog hadden we het koud. Alle kou komt van de grond en een luchtbed heeft natuurlijk een isolerende waarde van nul. Toen we de matjes onder het luchtbed legden was ik nog een beetje sceptisch, naja, ik dacht wel dat mr. Big gelijk had maar ik had niet kunnen verwachten hoeveel gelijk. Ik zweette die nacht bijna de tent uit. Pinda werd ’s morgens wakker met flinke rode wangen, die had het ook eindelijk warm gehad.

En het was stil. Zo stil. Tot we naar bed gingen. Dan hoorde je ineens de uilen in het bos, de fretjes, allerlei voor ons niet thuis te brengen gepiep en geritsel in de tent. He, wacht geritsel in de tent? Nee toch? Heldhaftig maakte ik mr. Big wakker, die sliep gewoon. Die had zijn oordoppen ingedaan want hij hoorde het zo ritselen. Zal iets geweest zijn in de trant van “als ik het niet hoor…” En ja hoor de allereerste nacht hadden we een muisje in de tent. Niets om bang voor te zijn maar nachtelijk geristel klinkt nooit zo klein als een muisje. De muis probeerde bij het brood te komen maar volgens mij was het niet zo’n ervaren muis, hij kwam niet door het plastic heen. Het muisje kreeg de schrik van zijn leven toen mr. Big met een zaklamp op hem scheen en verdween weer door het enige gat in de tent. We hebben een inritsbaar grondzeil, en achterin de tent, tussen de slaapcabines komen twee ritsen samen. Door de spanning van de tent sloten de ritsen niet echt aan, enter muispoort naar brood!

Pinda is in deze week volgens mij wel 10 centimeter gegroeid, gezonde buitenlucht ofzo. En die heeft zich voornamelijk vermaakt met zichzelf ondersmeren met as van de vuurkuil en mooie denneappels en steentjes zoeken. En de paddestoelen goed in de gaten houden, want owee als kabouter Plop toch ineens tevoorschijn zou komen en ze zou het missen.

Nu we weer thuis zijn moet ik wel weer wennen. Wennen aan lawaai voornamelijk, wat maakt een tv toch een herrie. Wennen aan dat heerlijke luchtje van schoongewassen mensen. Niet dat ik stinkende mensen om mij heen had de afgelopen dagen maar ik ruik nu ineens een lekker schoon luchtje. Wennen aan het licht buiten want in een woonwijk wordt het nooit echt donker. Wennen aan de kou, heel raar maar het lijkt kouder in huis dan ooit in de tent. En wennen aan mijn bed. Al ligt dat duizend keer beter dan een luchtbed toch moet ik weer wennen.

Advertenties

3 thoughts on “En alweer komen we thuis

    • @vrouwtjegekruid: ach nee toch? Zo’n klein muisje is juist leuk, dat is de charme van kamperen. En als je ze niet in de tent wilt hebben dan moet je gewoon per ongeluk de afwasbak buiten de tent laten staan, dan vreten ze je afwasborstel kaal. (echt waar)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s